Ariadne

Ariadne, de dochter van Koning Minos, voelde medelijden met de jonge prins Theseus die vrijwillig naar Kreta was gekomen om het monster, de Minotaurus, te doden. Theseus, vastberaden maar zonder een concreet plan, stond voor de immense uitdaging om in het doolhof te navigeren en het bloeddorstige wezen te verslaan. In het geheim, ’s avonds, bracht Ariadne hem een waardevol geschenk: een kluwen draad en een vlijmscherp zwaard. Ze legde Theseus uit dat hij het draad moest afrollen terwijl hij het labyrint binnenging, zodat hij de weg terug kon vinden nadat hij het monster had verslagen. Het zwaard was zijn wapen tegen de Minotaurus. Theseus was dankbaar voor Ariadne’s hulp en beloofde haar zijn hand als beloning voor haar moed. Met vastberadenheid en Ariadne’s geschenken ging Theseus het labyrint in. Hij volgde het draad, vond de Minotaurus en versloeg het monster met het scherpe zwaard.

Na zijn overwinning keerde Theseus terug naar de ingang van het labyrint, de draad volgend zoals Ariadne hem had verteld. Hij verliet het doolhof ongedeerd en redde daarmee niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van de andere jongeren die als offer waren gestuurd. Theseus, triomfantelijk na zijn overwinning op de Minotaurus, leidt zijn mede-Atheners uit het kille doolhof met behulp van de draad van Ariadne. Het gezelschap keert terug naar Athene, de stad die vrijwillig jonge mannen en vrouwen naar Kreta moest sturen als offer voor de Minotaurus. Onder luid gezang en gejuich varen ze weg over zee, met Ariadne als de vrouw die hen heeft geholpen.

De eerste stop op hun reis is het eiland Naxos. Theseus, echter niet loyaal aan de belofte die hij aan Ariadne deed, laat haar achter op het eiland. Diep teleurgesteld en vernederd, blijft Ariadne achter terwijl het schip van Theseus de horizon tegemoet vaart. In haar verdriet en woede wenst Ariadne Theseus naar de hel. Maar op Naxos woont de god Bacchus, de god van wijn en feesten. Bacchus, die mededogen heeft met Ariadne, biedt haar troost aan. Hij adviseert haar om Theseus te vergeten en te genieten van het leven. Bacchus gooit haar diadeem, een soort kroon, hoog in de lucht, en de stralende juwelen veranderen in sterren die aan de nachtelijke hemel fonkelen.

Het verhaal eindigt met Ariadne die haar verdriet achter zich laat en de troost en vreugde vindt in de armen van Bacchus. Het is een mythisch verhaal dat de wisselvalligheden van menselijke relaties en de kracht van goddelijke troost en genezing verkent.

Terug Metamorfose