Hier speelt de muziek I

Muziek is wellicht één der hoogste vormen van het intellectuele bestaan. De ‘klassieke’ muziek (1) is een bewijs van de enorme creativiteit en de intense gevoels- en gedachtenwereld van onze Europese cultuur. Samen met de pioniers ging deze muziek naar Amerika en Afrika. De oerbewoners van Amerika, zo goed als uitgeroeid, hadden weinig invloed nagelaten op muzikaal vlak. De Afrikaanse bevolking daarentegen bracht haar muziek mee en beïnvloedde de blanken in Amerika en later ook in Europa. Aan de andere kant blijken veel Aziaten gevoelig te zijn aan de Europese ‘klassieke’ toonkunst. Meer en meer pianisten en violisten komen uit Japan, Korea en China.

‘Voor alle eeuwigheid’ zijn de grote meesterwerken geschreven. Ze blijven onaangetast door rages en populaire trends, in een heel aparte sfeer overeind.
Ze blijven ontroeren, hun boodschap overbrengen. Het zijn de quasi onzichtbare bewijzen van een hoogontwikkelde cultuur.
Enkele voorbeelden :
In ‘Die Kunst der Fuge’ varieert J.S.Bach (1685-1750) één thema op zo verbluffende wijze dat er geen merkbaar einde is. Een respectvolle stilte na de laatste variatie veronderstelt een vervolg in de kosmos.
De zogenoemde ‘oorlog sonates’ van Prokofiev (1891-1953) zijn de beste anti-oorlog propaganda die denkbaar is.
De ‘Ode an die Freude’ uit de negende symfonie van Beethoven (1770-1827) op de onsterfelijke woorden van Schiller blijft de onovertroffen boodschap voor broederschap onder de mensen.
Schuberts (1797-1828) liedercyclus ‘Die Winterreise’ schetst het leven van gewone mensen, met hun zorgen en liefde. De eenvoudige maar diep menselijke teksten van Wilhelm Müller inspireerden Schubert tot een absoluut meesterwerk. Beide overleden heel jong kort na de voltooiing. (2).
Maar ze speelden als het ware een spel met de dood.
De variaties van Brahms (1833-1897) op een thema van zijn overleden vriend en mentor Robert Schumann (1810-1856) zijn een kleine overwinning op de almachtige dood, want de geest van Schumann inspireerde Brahms tot deze diepontroerende muziek.
De Spaanse pianist Ricardo Viñes (1875-1943) speelde in Parijs de eerste publieke uitvoering van tal van grote pianowerken der vroege 20ste eeuw. De première van werk van Debussy, Ravel, Albeniz, Granados, Stravinsky, De Falla e.a. maakte ook zijn naam onsterfelijk. (3).

 

1. ‘Klassiek’ is een misleidende term daar de periode van het Classisisme met reuzen als Mozart en Haydn slechts een korte periode in de totale muziekgeschiedenis omvat.
2. Schubert overleed in 1828 op 31 jarige – en Müller in 1827 op 33 jarige leeftijd.
3. Enkele opnamen zijn bewaard gebleven.
Yolande Van de Weerd